
Historie
Een Roermondse schrijver gaf een Duitse rover een stem in ons dialect. Zijn Schinderhannes bleef generaties lang klinken.
Emile Seipgens was de zoon van een Roermondse brouwer. Hij speelde amateurtoneel en hield komische voordrachten in het dialect.
In 1864 schreef hij op 27-jarige leeftijd Schinderhannes voor zijn toneelclub. Later schreef hij ook literaire verhalen, maar de opera-bouffe werd zijn bekendste werk.
Het toneelstuk leent de naam van de historische rover, maar volgt niet diens levensverhaal. Seipgens maakte er een luchtige variant op het Faust-thema van, met liefde, rijkdom en de duivel als drijvende krachten.
Schinderhannes werd ver buiten Roermond opgevoerd en bewerkt in het Nederlands en andere dialecten. In Roermond ontstond de traditie om het werk ongeveer eens in de zeven jaar te spelen.
Hele families raakten betrokken: als solist, koorlid, muzikant of medewerker achter de schermen.